Heelal
Heelal
Kijk, daar baal ik dan van. Al dagenlang vroeg ik me af wat die twee felle lampjes daar zijn, ’s avonds aan ons hemelse firmament. Ik dus aan het klooien met Google Sky Map, waarbij ik alle sterren van het heelal in beeld kreeg, behalve die twee. Omstanders zullen wel gedacht hebben: wat staat die gek daar midden op het plein met zijn uitgestoken mobieltje naar de donkere lucht gericht? Verwacht hij buitenaards contact of zo? Gelukkig bracht de weerman opheldering. Het waren Venus (boven) en Jupiter (beneden) waar de maan dan sierlijk tussen door danste. Dan weer links, dan weer rechts. Jupiter is een gasbol, Venus de godin van de liefde. Allebei planeet, dus geen ster. Dat weet ik nog. Maar de rest. En daar baal ik stevig van. Vroeger vertelde mijn vader honderdeneen uit over de sterrenhemel. Wees hij me al die lichtjes aan, noemde ze bij name, vertelde me dat ze al eeuwen en eeuwen oud waren, vele lichtjaren, dat ze door de nachtelijke lucht heen reizen, of eigenlijk doen wij dat, al draaiend, en ik luisterde de andere kant uit, bang voor het donker, duizelig van al die rare en Latijnse namen. “Plejaden”, “Orion”, “Andromeda”… Ik geloofde het allemaal wel. Maar mijn vader niet. Die vertelde nog geestdriftiger over al dat leven in de lucht. Sleurde me mee naar het gebouw van de Haagse Courant aan de Wagenstraat waar boven in de koepel een heus Planetarium was gevestigd. Keek mijn vader naast me omhoog, keek ik naar de rand waar de horizon van Den Haag op was afgebeeld. Was dat niet de Grote Kerk? En daar, de toren van de Pier? Mijn vader hield stug vol, maar het bleken parels voor de zwijnen. Dom, dom. Nu heb ik spijt dat ik niet goed geluisterd heb. En er valt altijd wel iets te beleven aan dat heelal. Zeker als we ook Jules Deelder mogen geloven: ‘Hoe verder men keek, hoe groter het leek.’
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>