Scenario
Scenario
Het valt niet mee. Je zult misschien denken: schrijven is schrijven, maar vergeet dat maar. Ik heb het wel eens vaker gezegd: elk woord is als een toon, en al die tonen maken de muziek. Maar bij een gedicht moet die ene toon eigenlijk al het hele muziekstuk in zich hebben; het moet een gevoel oproepen, liefst in één klap: “Ruisen”. Iets minder wordt dat bij een “oneliner”. Daar kun je meer woorden gebruiken, maar na die ene zin, moet het gevoel er zijn: “Het stinkt er als het waait en het waait er altijd.” Wat mij betreft hoeft het niet altijd grammaticaal te kloppen, als het maar een gevoel oproept. Legendarisch is de zin van André Hazes voor een lied: “Ik zag je op het perron, ik wou dat ik je kon.” Bij een roman wordt het al anders. Dan kun je je laten meeslepen met al die woorden, verschillend van toon en aard, die je uiteindelijk moeten leiden naar een prachtige apotheose. Maar dan het scenario, zeg maar het draaiboek voor een film. Daar zijn de woorden los en schijnbaar betekenisloos: “Merel: ‘Wat zeg je?’” Dat staat er op papier. Meer niet. Als schrijver zou je veel meer willen vertellen over Merel, maar dat is de taak van de regisseur. En die vertelt niets, maar laat het zien, middels zijn cameraman. En horen, daar hengelt de geluidsman al… En dan blijkt dat Merel helemaal verdiept zit in haar eigen wereld, opgerold in een fauteuil, terwijl iemand net verteld heeft dat er iets ergs is gebeurd. Ik ben nu zelf bezig met een scenario, maar ik ben er niet goed in. Ik wil veel te veel vertellen, te veel uitleggen. Terwijl je moet schrappen. Schrappen in teksten kan geen kwaad, vaak wordt het daar veel sterker van, maar in dit geval hou je kale citaten over. Jantje zegt dit, Marloes zegt dat. De rest wordt namelijk beeld, en dat ziet de kijker vanzelf wel. De verbeelding wordt letterlijk; die hoef je middels woorden in een boek dus niet meer op te roepen. Grappig te vermelden is, dat die oneliner hierboven van Gerard Soeteman komt, beroemd scenarioschrijver, in dit geval van de film “Spetters”. Daarmee typeerde hij de stad Maassluis; “Spetters” verwijst naar een aantal jongelui die daar wonen. Het was in mijn tijd een zeer spraakmakende film (veel seks), en nu nog de moeite waard (huur hem!). Maar de beginzin van het verhaal (“Het stinkt er als het waait en het waait er altijd”) kwam in de film niet terug. Wel het beeld van Maassluis, aan de Nieuwe Waterweg, onder grauwe wolken.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>