Vroeger
Vroeger
Hij had zijn conducteurspet opgezet. Het fluitje tussen zijn lippen geklemd. En de kniptang bij zich gestoken. Zo veroverden mijn zoontje en ik de dubbeldekkertrein naar zomers Zeeland. Natuurlijk moesten we van hem bovenin zitten en met zijn neus tegen het raam gedrukt beloerde hij het Amsterdamse Centraal Station. We vertrokken mooi op tijd en spoorden richting Sloterdijk. Hoewel de avondspits nog niet was begonnen, was het druk bovenin. Niet zozeer door wat kantoortypes, die zich direct verstopten achter open geklapte attachékoffertjes, maar door vier provinciale kwebbels. Ze raakten niet uitgepraat over De Bijenkorf, veel mooier dan het Paleis op de Dam, veel gróter ook. Met tassen vol keerden ze terug naar de nuchterheid van hun bestaan. Die vrolijkheid werd echter wreed verstoord in de bocht naar station Sloterdijk, de dubbeldekker zette er een stevig vaartje in, toen bruut de deur werd opengeschoven. Iedereen schrok zich lam. Niet Bin Laden kwam binnen, maar iemand even afschrikwekkend: een junk. Hij stonk je tegemoet. “Sorry”, zei hij. Buiten zoefde station Sloterdijk voorbij. Er was geen weg meer terug. Vanachter zijn rug trok hij een gitaar tevoorschijn, maar zo snel, dat het een van de vrouwen een angstig gilletje ontlokte. De kantoortypes doken nu zowat ín hun koffertjes. O nee hè. Maar mijn zoontje leefde helemaal op. Terwijl de junk zong, klapte hij vrolijk mee. Na afloop van het lied sprak de zwerver met een diepe buiging zijn erkentelijkheid naar hem uit: “En ik voel me een stuk veiliger nu we hier nóg een conducteur in de trein hebben!”, wijzend op zijn outfit. Harder dan mijn zoontje lachten de vrouwen een stukje verderop. “Wat is Amsterdam toch leuk hé, dat heb je bij ons thuis niet.” “Doe je ook verzoeknummers?” “Roep maar wat!” zei de junk. “Hazes!!” riepen ze in koor. Meteen zette hij in: ‘Ik heb hier een brief aan mijn moehoeder’ en de vrouwen zongen uit volle borst mee. Eerlijk is eerlijk: het klonk hartstikke goed. Rijkelijk werd hij beloond toen hij met de pet rondging en onbeholpen dook hij de trap af naar een volgende wagon, gitaar weer op zijn rug. Op het perron van Schiphol zag ik hem terug, tussen twee kleerkasten in. Geen kaartje natuurlijk. Dus aangehouden. “Wat doet ze nou met die lieve meneer?” vroeg mijn zoontje, die nattigheid voelde. Het heeft me tot Den Haag Hollands Spoor gekost om hem dát uit te leggen.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>