Aviodrome
Aviodrome
Weer open. En druk meteen. Natuurlijk. Wie wil niet de nieuwe opstelling zien? Eerlijk gezegd is er weinig veranderd. En misschien maar goed ook, want pretperk Het Spoorwegmuseum is na de verbouwing nooit meer hetzelfde geworden. Een doepark nu, maar een treincabine mag je niet van binnen bewonderen. Zo anders dan het Aviodrome. Sinds de doorstart na het faillissement zijn er zelfs meer vliegtuigen waar je een blik in de cockpit kunt werpen. En dat blijft fascinerend. Al die knopjes, waar dienen ze in godsnaam voor? Auto’s, treinen, vliegtuigen; het is leuk en goed dat ze voor het nageslacht bewaard blijven, want het zijn tastbare herinneringen aan toen. En toen waren ze sensationeel en revolutionair, omdat ze de snelste waren, of de grootste, of de mooiste. Moet je je voorstellen dat je op het dak van je ingestorte huis zit, het water woest om je heen slaat, het land is ondergelopen, je al twee dagen zit te wachten op hulp. Geen tv, geen radio, geen licht, geen eten… Het is 1953, de Zeelandramp. En daar, fladderend door de lucht, komt ineens een gevaarlijk ogend apparaat op je af, dat je nog nooit van je leven gezien hebt. Het blijft boven je hangen in de lucht en maakt ontzettend veel lawaai. Beangstigend. We hebben het hier over een helikopter, toen nog uitgesproken als “helicoptaire”. De allereerste. Hij staat er ook. Voor heen zelfs in die Zeelandsetting, compleet met dank en zandzakken, maar dat decor heeft nu plaatsgemaakt voor een Tweede Wereldoorlogspektakel: een heuse Junker met kogelgaten en springende Duitse parachutisten. Als je de jeugd binnen je museummuren wilt hebben, moet je ze iets te schieten voorschotelen. Anders komen ze niet meer. Een Jumbojet alleen zet geen zoden meer aan de dijk, hoe imposant die er ook uit mag zien. En: missie geslaagd. Want jeugd was er, hoewel voorlopig nog onder de tien jaar oud. Met opa mee, en diens reiskoffer vol verhalen.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>