Bezorger
Bezorger
Verzopen stond hij voor mijn deur, de krantenjongen. Gelukkig Nieuwjaar… Hij had een verfrommeld kaartje bij zich dat hij me per direct toestak. Tegelijkertijd schatte hij mijn ziel en zakelijkheid in; zijn ogen gleden van mijn top tot teen. Met mijn afgetrapte gympen, mijn gescheurde spijkerbroek, en slobberende trui maakte ik geen vermogende indruk op hem. Ik zag hem denken: dat wordt dus niks. Met de regendruppels droop ook de teleurstelling van zijn gezicht. Zestien was hij, hooguit. Zijn fiets had alleen zijtassen, voor de rest niks. Geen bel, een kapotte voorlamp, een gescheurd zadel. Hoewel die stil stond, tegen de gevel van mijn huis aan gekwakt, kon je hem zonder veel fantasie horen rammelen, zo’n fiets.
Terwijl ik in mijn broekzak graaide, hield hij zijn hand op.
Eerlijk gezegd vond ik het wel wat vernederend, want in mijn ogen zijn krantenjongens “helden”. En dat heeft niets met mijn verlopen carrière te maken, toen ik nog in de journalistiek zat en al mijn mooie verhalen zonder de bezorger geen schijn van kans maakten. Nee, het had te maken met nog vroeger. Mijn buurjongen, ook zestien toen, was krantenbezorger, en als het mooi weer was, ging ik weleens met hem mee. Hij bezorgde de avondkrant, dus hoefde nooit voor dag en dauw, in storm en regen de nachtelijke straat op, zoals de held nu voor me. Toch bleef het een hondenbaan. Die fiets was werkelijk niet in bedwang te houden, met al die rotkranten. Aan het bezorgen leek geen eind te komen (nooit van mijn leven zoveel brievenbussen gezien). En het geld dat je ermee verdiende, kreeg mij de fiets niet op en de straat niet in. Wat een armoe.
Hij verwachtte wat muntjes, ik gaf hem een briefje. Hij bestudeerde het alsof het nep was. “Gelukkig Nieuwjaar,” zei ik. Hij besteeg zijn fiets als een ridder zijn paard. Ik zei het al: helden zijn het, allemaal
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>