Bloed
Bloed
vraag is of jullie het dan wel willen. Eerlijk gezegd gaf ik het op die leeftijd ook nog niet. Ik was al over de twintig toen ik op de etalageruit van de viszaak beneden ons een poster zag hangen met de tekst: “Bloed geven, nooit aan gedacht. Ja, zo denkt dus iedereen.” En of de duivel ermee speelde, kwam ik bij de slager ernaast de poster tegen met: “Bloed geven, nooit aan gedacht. En als je het nou zelf nodig hebt?!” Oké, stop maar. Ik trok de stoute schoenen aan en begaf me naar de Bloedbank. Met de tram, want iemand had me verteld dat je na het geven van een halve liter soms duizelig kunt worden, of van je stokje kunt gaan. Zou je net in de auto zitten, zeg. Ik kwam in een grote stoel terecht en niet veel later prikte een grote naald in mijn arm. Langzaam maar gestaag liep de zak vol. ‘Hoe voelt u zich?’ werd me telkens liefdevol gevraagd. Ik wachtte op duizeligheid, maar er kwam niets. Nam na afloop koffie en voelde me als de Hulk zo sterk. Zo, goed gedaan, jochie. Ik nam de tram naar huis, en of het nou het warme weer was of de onweer die ergens in de lucht hing, opeens ging het er verhit aan toe. Ruzie. Op het achterbalkon, er vielen rake klappen. Ophouden, werd er nog gegild, en toen stapte een van de raddraaiers gewond de tram uit. Bij halte Stopera, ik weet het nog precies. De Stopera werd toen gebouwd, en het bouwmateriaal lag tot op de halte. Die gozer pakte een houten balk, en ramde zo, dwars door de ruit heen. Overal glas, passagiers onder de splinters. Ambulances met gillende sirenes op de busbaan. Daar gaat mijn bloed, dacht ik terwijl ik uitstapte, nee, de tram ging niet meer verder. Bijna de hele ruit lag er uit. Op één gebarsten stuk na, dat door een sticker bijeen werd gehouden. “Word bloeddonor” stond erop.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>