Daan
Daan
Alles loopt op rolletjes, je schrijft aan een nieuw boek, je verhaallijn klopt, het is spannend, het gaat prima, tot er opeens een nieuw figuur opduikt. Hij schrijft zich als het ware zelf het verhaal in. In eerste instantie probeer je hem nog een beetje tussen de regels weg te moffelen, maar daar heeft meneer helemaal geen zin in, en voor je het weet legt hij het aan met de hoofdpersoon. Ik moet eerlijk bekennen dat dat ook het leukste van het schrijven is. Je hebt een idee, dat wordt een verhaal, dan bedenk je een plot, een decor je scenes, en en passant komen ook je karakters ten tonele. Je hoofdpersoon, en daarom heen de mensen waarvan jij denkt dat die een rol van betekenis gaan spelen. En dan ga je schrijven, eerst aarzelend, dan zelfverzekerder, en lijken alle stukjes prima in elkaar te passen, tot er opeens iemand opduikt. En die wil niet meer weg. Je vingers brengen hem bij elke toets die ze aanslaan meer en meer tot leven. Ook al wil je dat zelf niet. Maar al gauw ga je inzien dat hij eigenlijk beter is voor je verhaal, en op dat moment kom je helemaal niet meer van hem af. Dan noemt de hoofdpersoon hem opeens “Daan”, dus dat heeft hij een naam. En voor je het weet, komen er eigenschappen bij. Daan zit een klas hoger. Doet aan sport, aan eh… basketbal. Dus hij is lang. En normaliter stoer, maar nou net niet in dit verhaal. Door de omstandigheden gedwongen klampt hij zich vast, en dan begrijp ik als schrijver ook meteen waarom ik hem niet meer kon deleten. Dan is de volgende vraag: wat doen we verder met Daan? Waar gaat hij heen? Wat gaat hij doen? Is hij geliefd in de groep, of juist niet? Of wordt hij verliefd? En zo ja, op wie? Of wordt iemand anders verliefd op hem? En blijkt hij achteraf heel vervelend. En waarom zit hij een klas hoger? Is hij blijft zitten? Wat zijn dan zijn slechte vakken? En waarom speelt hij basketbal? En geen volleybal bijvoorbeeld? Is hij daarom blijven zitten, omdat hij idolaat is van sport? Vragen, vragen, vragen, waarvan het toch wel handig is als je daar antwoord op weet. Want in een roman heeft alles zo een reden. Daan zit in mijn verhaal, maar ik moet nog wel aan hem wennen.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>