Herb
Herb
“De herinnering blijft, aan die clown met z’n lach. Hij heeft alles gegeven, tot de laatste dag. Niemand kende de pijn, van z’n stille verdriet. Want er was op het einde, niemand die hij verliet.” Het is allemaal de schuld van Ali, goddank. Hij moet zo nodig sterren van weleer weer in het voetlicht plaatsen. Lekker dan! Weliswaar met een sausje erbij van rap of hiphop, maar dat doet niet ter zake. Ali meent het goed, dat zie je aan zijn blije gezicht. Dus zien en horen we Ben Cramer met zijn Clown, en gaat er voor mij een doos vol oude melancholie open. Ronnie Tober was er ook zo’n een. “Breng die rozen naar Sandra, voor ze weg van ons gaat. Breng die rozen naar Sandra, ’t is misschien niet te laat.” Kippenvel. Dankzij Ali kun je nu geen kermis meer opstappen, of Sandra wordt genoemd. Terecht. En denk ik terug aan het buurtje van mijn opa en oma, ze zijn allang dood, de buurt allang afgebroken, jaren zeventig toen er nog geen sprake was van mobieltjes, iPad’s of Gobal Warming. Wel van platenspelers en singletjes. Op de zondag werd de Erres pick-up uitgeklapt, werd de kap op tafel als luidspreker (mono) neergezet, de naald van stofplukken gereinigd, en werd Jacques Herb uit zijn hoesje gehaald. “We reden door de nacht, de radio heel zacht, het kon niet mooier zijn, ’t leek een eeuwig refrein. Ik raakte zo verward, en reed opeens te hard, ze lachte nog naar mij, maar toen was het voorbij. Een auto kwam eraan, het is zo snel gegaan. Wat heb ik door mijn schuld haar aangedaan?” Dat kwam het refrein (“Manuela, Maaaaaanuela”) maar meezingen deden we nooit, mijn oma en ik. Want dan biggelden bij haar al de tranen over haar wangen, en mijn keel zat dichtgeknepen van de spanning. Dat waren nog eens tijden. Jacques Herb. Zo heet hij, Ali. Volgens mij kun je hem nog gewoon boeken.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>