Humor
Humor
Boeken waar je bulderend om kunt lachen, ze zijn een Gods geschenk, en eerlijk gezegd kom je ze weinig tegen. Waarbij ik meteen moet zeggen: het is ook heel moeilijk om humor in je boek te krijgen, of om heel je boek humoristisch te krijgen. Kijk, spanning, dat is geen probleem. Je schrijft iets op wat spannend zou kunnen worden, en net als het spannend wordt, stop je. Begin je over iets anders. Wat ze in vaktaal een “clifhanger” noemen. Omdat je wilt weten hoe het afloopt, blijf je dus doorlezen. Ik zou bijna willen zeggen: simpel. Ingewikkelder is: tranen. Een verhaal zo te schrijven dat het zielig wordt, zo zielig zelfs dat je er om moet huilen. Dat is een stuk moeilijker. Want het moet wel écht blijven. Dat je je kunt voorstellen dat het zo werkelijk gegaan is. Maar humor is een hoofdstuk apart. En dan bedoel ik natuurlijk niet de boekjes van Herman Finkers of Youp van ’t Hek. Dat zijn meer uitvoerige moppen, zoals je ook Max Tailleur had (inderdaad, van de “Zak van Max” voor ouwe kleren, maar hij was vroeger beroemd om zijn Sam en Moosmoppen.). Nee, boeken. En het nadeel van humor is dat het persoonsgebonden is. Wat de een grappig vindt, vindt de ander niks. Heel moeilijk dus. Maar echt, waar ik jaloers op kon worden was als mijn broer zich in de grote stoel thuis compleet zat te verkneukelen om P.G. Wodehouse bijvoorbeeld, niet meer bijkwam bij “Bedankt, Jeeves!”. Over de rijke nietsnut Bertie Wooster, en zijn butler Jeeves. Britse humor, vergane glorie. Tranen over zijn wangen van het lachen. Had hij, mijn broer. Ik heb de boeken nooit durven te lezen, omdat ik bang was dat het zou tegenvallen, dat ik nooit zo hard zou lachen als hij. Maar ik heb ze hier in de kast staan. Net als “Bidden wij voor Owen Meany”. John Irving, ik heb hem hier vaker genoemd. Owen Meany is een klein mannetje met een bijzondere stem en om dat te accentueren, zijn zíjn citaten in hoofdletters afgedrukt. Meer zeg ik niet; lees het boek zelf maar. Toe ik het las, lekker dik dus goed voor een lange vlucht, kwam er na de landing een passagier op me af die me vroeg: ‘Ik heb u zo hard horen lachen. Welk boek is dat in hemelsnaam? Ik ga het meteen kopen!’
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>