Jezus


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Jezus

Jezus

donderdag 12 januari 2012

Hij bleef dralen bij de ingang, hevig op zoek naar zijn OV-chipkaart, onder de verontwaardigde blik van de buschauffeur. Zou hij ingrijpen of niet? De jongen zocht in de zakken van zijn trainingsbroek, in zijn Converse-tasje dat strak om hem heen hing, en opnieuw in zijn broekzakken. Zonder resultaat. De deuren van de bus sloten met een zucht, de chauffeur draaide toch aan zijn stuur en gaf gas. De jongen hobbelde, al zoekend, mijn kant op. ‘Jezus redt,’ zei hij toen, maar niet speciaal tegen mij. Ik schatte hem een jaar of zeventien, achttien, en los van zijn Zuidoost-outfit droeg hij een zomers hoedje. Het was meer een visserhoedje. Een zomers visserhoedje. Weer werden de zakken uitgekamd, en toen dat niets opleverde, haalde hij dat tasje leeg. Zelf bleef hij staan, heen en weer schuddend, de inhoud stalde hij naast me op de bank uit. Ik keek ernaar. Wat troep plus een compleet stuk gelezen bijbel zonder kaft. ‘Vertrouw op Jezus,’ zei hij toen. Ik wil het geen wonder noemen, maar hij viste zijn kaart ergens uit het Nieuwe Testament. ‘Ik wist wel dat ik hem had,’ zei hij tegen de chauffeur terwijl hij chipte. De bestuurder zei niets. De jongen schuifelde door de bus, en tegen iedereen maar tegen niemand in het bijzonder sprak hij: ‘Jezus ziet je wel.’ Of: ‘Jezus weet alles.’ En: ‘Jezus laat niemand los.’ En iedereen maar niemand in het bijzonder keek driftig naar buiten. Of naar elkaar, of verbeten naar hun tas. De bestuurder reed richting de Arena, blik op oneindig; hij stuurde zijn bus naar het Bijlmerstation. Daar was het eindpunt, daar stapte iedereen uit. De jongen als laatste. Hij schoof zijn kaart langs het chip-apparaat en zei: ‘Jezus kent iedereen bij naam.’ Daar moesten we het mee doen. Daar moest ik het meedoen.

Dagboek overzicht

Jezus

Jezus

Hij bleef dralen bij de ingang, hevig op zoek naar zijn OV-chipkaart, onder de verontwaardigde blik van de buschauffeur. Zou hij ingrijpen of niet? De jongen zocht in de zakken van zijn trainingsbroek, in zijn Converse-tasje dat strak om hem heen hing, en opnieuw in zijn broekzakken. Zonder resultaat. De deuren van de bus sloten met een zucht, de chauffeur draaide toch aan zijn stuur en gaf gas. De jongen hobbelde, al zoekend, mijn kant op. ‘Jezus redt,’ zei hij toen, maar niet speciaal tegen mij. Ik schatte hem een jaar of zeventien, achttien, en los van zijn Zuidoost-outfit droeg hij een zomers hoedje. Het was meer een visserhoedje. Een zomers visserhoedje. Weer werden de zakken uitgekamd, en toen dat niets opleverde, haalde hij dat tasje leeg. Zelf bleef hij staan, heen en weer schuddend, de inhoud stalde hij naast me op de bank uit. Ik keek ernaar. Wat troep plus een compleet stuk gelezen bijbel zonder kaft. ‘Vertrouw op Jezus,’ zei hij toen. Ik wil het geen wonder noemen, maar hij viste zijn kaart ergens uit het Nieuwe Testament. ‘Ik wist wel dat ik hem had,’ zei hij tegen de chauffeur terwijl hij chipte. De bestuurder zei niets. De jongen schuifelde door de bus, en tegen iedereen maar tegen niemand in het bijzonder sprak hij: ‘Jezus ziet je wel.’ Of: ‘Jezus weet alles.’ En: ‘Jezus laat niemand los.’ En iedereen maar niemand in het bijzonder keek driftig naar buiten. Of naar elkaar, of verbeten naar hun tas. De bestuurder reed richting de Arena, blik op oneindig; hij stuurde zijn bus naar het Bijlmerstation. Daar was het eindpunt, daar stapte iedereen uit. De jongen als laatste. Hij schoof zijn kaart langs het chip-apparaat en zei: ‘Jezus kent iedereen bij naam.’ Daar moesten we het mee doen. Daar moest ik het meedoen.

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht