Jonge sla
Jonge sla
Sorry hoor, ik moet er toch nog even op terugkomen. Rutger Kopland. Gister werd het bericht van zijn dood bekendgemaakt, zie mijn blog van gister. En ineens moest ik terugdenken aan een lezing van hem, hier in de bibliotheek, nog niet zo vreselijk lang geleden. Of eigenlijk geen lezing, maar een interview met hem. Over, ik weet niet eens meer wat. Zijn gedichten waarschijnlijk, maar ook over zijn vak, psychologie, want hij werd geïnterviewd door een andere psychiater: Bram Bakker. En dat interview ging niet zozeer over Kopland, maar over Bram Bakker. Hij vond zichzelf belangrijker dan zijn gast. Hij praatte aan één stuk door, en Kopland, prachtig poëet en winnaar van talloze literaire prijzen, ik bedoel: daar zat Iemand, luisterde beleefd en gedwee. Bakker wauwelde maar door, ik moet het toch nog even zeggen, met terugwerkende kracht. Ging het Kopland heel zijn leven over vragen, lees al zijn gedichten, Bakker zou wel even met de antwoorden komen. Daar was het Kopland helemaal niet om te doen, nooit, lees al zijn gedichten, maar we leven nu eenmaal in een tijd dat we antwoorden willen. Korte antwoorden. Pakkende antwoorden. Wij zijn (alleen) ons brein, bestselde collega-hersenonderzoeker Dick Swaab. Kopland zag dat (als psychiater) anders. Wij zijn de wereld zelf, meende hij: ‘Er is een wereld, en als je even jezelf niet als toeschouwer opvat, dan bén je die wereld.’ Hij keek om zich heen en liet zich verrassen, wij kijken om ons heen en oordelen. En veroordelen. Dat is toch een andere kijkervaring, niet waar. Dat heeft niets te maken met dromen, met weg mijmeren, maar alles met het leven willen doorgronden. Wat blijft is de hyper. De zekerheid van dat verdomde weten. Nog eenmaal Kopland, breekbaar: “Alles kan ik verdragen, het verdorren van de bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in. Maar jonge sla in september net geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee.”
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>