Koert
Koert
Op een dag als deze mis ik mijn vader. Daan moest daar nog om lachen, gisteravond toen ik hem gedag ging zeggen. Die knul is zo lui, hij had geen zin om me vanochtend uit te zwaaien. Dan niet, ik kan er niet echt mee zitten. We hebben nog wat gerookt en nog wat gelachen dus, je kunt goed met ‘m lullen. Hij zeurt tenminste niet zo, hij zeikt niet de hele dag aan m’n hoofd. Dus ik zeg dat ik er wel aan moet wennen, en dat ik hem mis, mijn vader. Hij kwam niet meer bij. “Wat lul je nou,” zei hij, “je kent die man niet eens, je weet niet eens hoe hij er uit heeft gezien!” En dat is natuurlijk wel zo, maar ik voelde me gewoon klote. “Ik voel me gewoon eenzaam,” zei ik tegen hem, “net als Remy.” “Remia frietsaus zul je bedoelen,” riep ‘ie en toen moesten we weer lachen. Hij gaf me een stomp tegen m’n schouder en zei me dat ik eindelijk vrij was, kon doen en laten wat ik zelf wil. “Wil je op je nest blijven liggen,” zei hij, “prima jongen, het is jouw dag. Geen gezeik meer van luikjes die opengaan, van gasten die de godganse dag op je handen kijken.” En daar heeft Daan wel gelijk in, maar toch moest ik er gisteravond aan denken, aan mijn vader en zo. Toen ik in bed lag, niet kon slapen. Sterker nog, ik heb er vannacht over gedroomd, mijn allerlaatste nacht. Een klein jochie was ik, op weg naar huis terwijl de avond al inviel. Ik rende over een veld, ik probeerde voor het donker thuis te zijn. Ik liep de benen uit m’n lijf, m’n hart bonkte in m’n keel, de duivel op je hielen, zo’n gevoel. Eindelijk zag ik onder het licht van de volle maan ons huis. Ik holde naar binnen. Ik verwachtte dat mijn vader me in zijn grote, sterke armen zou opvangen. Maar er was niemand. Ik rende de trap op en boven zat een oud vrouwtje dat ik niet kende dus noemde ik m’n naam, vertelde m’n verhaal, zei haar dat ik mijn vader zocht. Maar ze schudde haar hoofd: “Sorry knul, hier woont niemand die zo heet. Ik ken je niet. Ik zou niet weten wie je bent.”
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>