Koplamp


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Koplamp

Koplamp

zondag 15 juli 2012

Het gaat hard, hebben ze daar boven soms dichters nodig of zo? Gerrit Komrij staat nog koud boven de grond, en nu is ook al Rutger Kopland overleden. Ook dichter, ook een groot dichter. Niet Gerrit maar Rutger was eigenlijk de eerste Dichter des Vaderlands, maar hij bedankte fijntjes voor het ereberoep. Een bescheiden man. Geen lintjes ook. Die zijn bedoeld om mensen in het zonnetje te zetten die gewoonlijk in de schaduw leven, vond hij. Wel prijzen. Heel veel prijzen. Anders dan Komrij, Geboren Literatúúr, was Kopland psychiater van beroep, een autoriteit op het gebied van depressies en lichttherapie. Een geziene hoogleraar, prof. Rudi van den Hoofdakker. Zo heet hij echt, in Gronings wetenschappelijke kringen. Maar bij het grote publiek is hij bekend als de dichter. Een dichter van weemoed en verlangen, een dichter met oog voor detail, een dichter met levensvragen. Een man van het woord, ook als psychiater. Zijn voorkeur ging eerder uit naar een goed gesprek dan naar een potje met pillen. Niet de vorm waarin zijn gedichten gegoten werden, waren voor hem van belang, maar de weg naar de inhoud. ‘Ik wil dat mijn beschrijvingen zich aanpassen aan wat ik beschrijf,’ zei hij ooit. Het ging er dan niet eens om dat de lezer zijn gedicht snapt, als hij of zij maar het gevoel heeft dat het klopt. In “Hein”, mijn boek over een jongen die na de dood van zijn moeder geen afscheid van haar kan nemen, heb ik (natuurlijk) een gedicht van Kopland als voorwoord gebruikt: “Weggaan”. “Weggaan is iets anders dan het huis uitsluipen, zacht de deur dichttrekken achter je bestaan en niet terugkeren. Je blijft iemand op wie wordt gewacht. Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven. Niemand wacht want je bent er nog. Niemand neemt afscheid want je gaat niet weg.” Zijn gedichten zijn zielenroerselen, beschouwingen. Net zo mooi over de dood als over jonge sla. Wat dat betreft was Kopland een genie. Ook als dichter. Er werd met eerbied over hem gesproken. Ik kan me nog de doodzenuwachtige journalist herinneren die hem interviewde na zijn vreselijke auto-ongeluk: ‘Fijn dat u er weer bent, meneer Koplamp.’ Ook toen bleef Kopland de beminnelijkheid zelve.

Dagboek overzicht

Koplamp

Koplamp

Het gaat hard, hebben ze daar boven soms dichters nodig of zo? Gerrit Komrij staat nog koud boven de grond, en nu is ook al Rutger Kopland overleden. Ook dichter, ook een groot dichter. Niet Gerrit maar Rutger was eigenlijk de eerste Dichter des Vaderlands, maar hij bedankte fijntjes voor het ereberoep. Een bescheiden man. Geen lintjes ook. Die zijn bedoeld om mensen in het zonnetje te zetten die gewoonlijk in de schaduw leven, vond hij. Wel prijzen. Heel veel prijzen. Anders dan Komrij, Geboren Literatúúr, was Kopland psychiater van beroep, een autoriteit op het gebied van depressies en lichttherapie. Een geziene hoogleraar, prof. Rudi van den Hoofdakker. Zo heet hij echt, in Gronings wetenschappelijke kringen. Maar bij het grote publiek is hij bekend als de dichter. Een dichter van weemoed en verlangen, een dichter met oog voor detail, een dichter met levensvragen. Een man van het woord, ook als psychiater. Zijn voorkeur ging eerder uit naar een goed gesprek dan naar een potje met pillen. Niet de vorm waarin zijn gedichten gegoten werden, waren voor hem van belang, maar de weg naar de inhoud. ‘Ik wil dat mijn beschrijvingen zich aanpassen aan wat ik beschrijf,’ zei hij ooit. Het ging er dan niet eens om dat de lezer zijn gedicht snapt, als hij of zij maar het gevoel heeft dat het klopt. In “Hein”, mijn boek over een jongen die na de dood van zijn moeder geen afscheid van haar kan nemen, heb ik (natuurlijk) een gedicht van Kopland als voorwoord gebruikt: “Weggaan”. “Weggaan is iets anders dan het huis uitsluipen, zacht de deur dichttrekken achter je bestaan en niet terugkeren. Je blijft iemand op wie wordt gewacht. Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven. Niemand wacht want je bent er nog. Niemand neemt afscheid want je gaat niet weg.” Zijn gedichten zijn zielenroerselen, beschouwingen. Net zo mooi over de dood als over jonge sla. Wat dat betreft was Kopland een genie. Ook als dichter. Er werd met eerbied over hem gesproken. Ik kan me nog de doodzenuwachtige journalist herinneren die hem interviewde na zijn vreselijke auto-ongeluk: ‘Fijn dat u er weer bent, meneer Koplamp.’ Ook toen bleef Kopland de beminnelijkheid zelve.

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht