Lieverdje


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Lieverdje

Lieverdje

dinsdag 20 november 2012

Oeps, een onhandige vrachtwagen weer natuurlijk. Reed achteruit het Spui op zonder goed uit te kijken en reed pardoes het Lieverdje van zijn sokkel. Eerste bericht: het slachtoffer heeft het overleefd, zij het met twee gebroken enkels. Arm ventje. Het is niet de eerste keer dat ze hem te grazen nemen. Hij is beklad en ontvoerd geweest, maar ook aangekleed en versierd. Ken je hem toevallig? Hij speelde de hoofdrol in een stukkie voor Het Parool van Henri Knap, schrijver en journalist. Die verhaalde over een ondeugende straatjongen van een jaar of tien die een hondje uit de gracht van de verdrinkingsdood redde. Het joch stond al snel symbool voor alle Amsterdamse straatschoffies, met grote mond en vol kattenkwaad, maar ook met een klein hartje (zie Ciske de Rat, nog zo’n een). Daar moest een beeldje van komen. Carel Kneulman maakte het, in 1959, en een week later was het al gestolen. Er kwam een nieuw exemplaar dat gesponsord werd door een sigarettenfabrikant, en dat was voor “langharig en werkschuw tuig”, ook wel “provo’s” geheten, reden voor actie. Die fabrikant vertegenwoordigde immers het Groot Kapitaal, zo vermoeiend was het allemaal in die jaren, en al protesterend en demonstrerend werd het Lieverdje ongewild het middelpunt van de Roerige Jaren Zestig. Maar hij is overeind gebleven (tot vanochtend dan). Zag de provo’s vertrekken en de “yuppies” komen, brallend aan het bier rondom het Spui. Een aardig kereltje. Hij kijkt er nog altijd guitig bij. Zie ik hem, dan moet ik denken aan een gedicht van Willem Wilmink, en dat geeft meteen het belang van straatschoffies weer. “Ik hoorde het van een zeereerwaarde en hoogbejaarde dominee: de Here wou met onze aarde niet één dag langer meer in zee. Al zouden wij Hem overstelpen met eredienst en dankgebed, het zou geen ene moer meer helpen: er werd een punt achter gezet. Maar zie: daar was diezelfde morgen zo’n rotjoch in de grote stad een doodziek duiffie aan ’t verzorgen dat-ie op straat gevonden had. ‘Kristus, wat mot je dan? Wat wil je? Ja, kijk me maar es effe an. Godsallejeisis, beest, wat tril je. Leg nou toch effe rustig, man.’ Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen, want Hij kreeg schik in het geval. Hij spaarde dus de kleine jongen, de zieke duif en het heelal.” Denk daar dus aan, als je ooit in Amsterdam op het Spui bent. En doe het rotjoch dan de groeten van me.

Dagboek overzicht

Lieverdje

Lieverdje

Oeps, een onhandige vrachtwagen weer natuurlijk. Reed achteruit het Spui op zonder goed uit te kijken en reed pardoes het Lieverdje van zijn sokkel. Eerste bericht: het slachtoffer heeft het overleefd, zij het met twee gebroken enkels. Arm ventje. Het is niet de eerste keer dat ze hem te grazen nemen. Hij is beklad en ontvoerd geweest, maar ook aangekleed en versierd. Ken je hem toevallig? Hij speelde de hoofdrol in een stukkie voor Het Parool van Henri Knap, schrijver en journalist. Die verhaalde over een ondeugende straatjongen van een jaar of tien die een hondje uit de gracht van de verdrinkingsdood redde. Het joch stond al snel symbool voor alle Amsterdamse straatschoffies, met grote mond en vol kattenkwaad, maar ook met een klein hartje (zie Ciske de Rat, nog zo’n een). Daar moest een beeldje van komen. Carel Kneulman maakte het, in 1959, en een week later was het al gestolen. Er kwam een nieuw exemplaar dat gesponsord werd door een sigarettenfabrikant, en dat was voor “langharig en werkschuw tuig”, ook wel “provo’s” geheten, reden voor actie. Die fabrikant vertegenwoordigde immers het Groot Kapitaal, zo vermoeiend was het allemaal in die jaren, en al protesterend en demonstrerend werd het Lieverdje ongewild het middelpunt van de Roerige Jaren Zestig. Maar hij is overeind gebleven (tot vanochtend dan). Zag de provo’s vertrekken en de “yuppies” komen, brallend aan het bier rondom het Spui. Een aardig kereltje. Hij kijkt er nog altijd guitig bij. Zie ik hem, dan moet ik denken aan een gedicht van Willem Wilmink, en dat geeft meteen het belang van straatschoffies weer. “Ik hoorde het van een zeereerwaarde en hoogbejaarde dominee: de Here wou met onze aarde niet één dag langer meer in zee. Al zouden wij Hem overstelpen met eredienst en dankgebed, het zou geen ene moer meer helpen: er werd een punt achter gezet. Maar zie: daar was diezelfde morgen zo’n rotjoch in de grote stad een doodziek duiffie aan ’t verzorgen dat-ie op straat gevonden had. ‘Kristus, wat mot je dan? Wat wil je? Ja, kijk me maar es effe an. Godsallejeisis, beest, wat tril je. Leg nou toch effe rustig, man.’ Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen, want Hij kreeg schik in het geval. Hij spaarde dus de kleine jongen, de zieke duif en het heelal.” Denk daar dus aan, als je ooit in Amsterdam op het Spui bent. En doe het rotjoch dan de groeten van me.

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht