Oma


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Oma

Oma

donderdag 29 november 2012

Weer gaat de bel over. Dan klinkt er geluid aan de andere kant van de lijn. “Jaahhh?,” kraakt het door de telefoon. Bingo, het is Oma. “Dag Oma, met Tien,” zeg ik zo hartelijk mogelijk, maar het klinkt ook gespannen. “Kind, je Oma slaapt nog. Wat is er aan de hand. Is er brand of zo?” “Nee Oma, luister…” “Wat zeg je, wat is er een lawaai bij jou,” zegt Oma terug in de hoorn. “Oma, luister! Ik sta hier aan de bar…” “Wat is er met je bolderkar?” vraagt Oma. “NEE,” gil ik nu, “ik zit hier in een café en ik ben op weg naar u…” “Heb je geen paraplu?.. Ja, dat is lastig met die regen buiten. Maar wat kan ik daaraan doen? Hoef je míj toch niet te bellen,” zegt Oma weer. Ik haal diep adem en zo hard ik kan roep ik in de hoorn: “OMA HOE IS HET WEER BIJ U?” Meteen begint het café te morren. “Kan het wat zachter daar?” “Hé, niet zo schreeuwen, we zijn niet doof.” Geschrokken hou ik in en zeg een stuk zachter: “Oma luister, goed. Ik heb mijn boot volgeladen met allemaal beesten. Want die verdrinken hier. Mag ik even naar u komen varen, alstublieft? Mogen ze bij u logeren zo lang? Dan bel ik vandaar Floortje wel dat ik ze heb.” Oma snapt er niets van: “Een boot zeg je? Wie zit er op die boot?” “Ik en alle beesten,” toeter ik in de hoorn. Ik krijg er wat van. Mijn rug is al nat van de regen, anders zou die nat worden van het zweet. “Jij en alle beesten. Op een boot?” vraagt Oma, de rust zelve. “Inderdaad. Mogen we bij u langskomen?” “Dat is nog wel een eindje varen. Maar eh… Kom maar! Je bent hier altijd welkom, kind.” Oma moet lachen nu. Ze snapt er natuurlijk niets van. Laat ik het nog één keer uitleggen. “Het is echt waar hoor Oma. Ik heb Maximus bij me, en Fred en Monkie en Thijmen en Roderik…” “En ook je schaap?” vraagt Oma. “Thijmen ja, maar dat is eigenlijk een lammetje…” “Wil je een boterhammetje?” “Laat maar,” zeg ik. “Laat maar. Ik kom nu naar u toe varen…” Ik wil haar vragen waar ze nu precies woont, maar Oma is me voor: “Je maakt toch wel een grapje hè. Je bent toch niet écht met een boot aan het varen? Het is hartstikke slecht weer…” “Daarom juist!” roep ik. “De dijk staat op doorbreken! Maar wij zijn veilig. Ik kom er nú aan.” “Wacht Tien, wacht even,” klinkt Oma opeens bezorgd. “Ik heb geen tijd Oma, ik kom er aan.”

Dagboek overzicht

Oma

Oma

Weer gaat de bel over. Dan klinkt er geluid aan de andere kant van de lijn. “Jaahhh?,” kraakt het door de telefoon. Bingo, het is Oma. “Dag Oma, met Tien,” zeg ik zo hartelijk mogelijk, maar het klinkt ook gespannen. “Kind, je Oma slaapt nog. Wat is er aan de hand. Is er brand of zo?” “Nee Oma, luister…” “Wat zeg je, wat is er een lawaai bij jou,” zegt Oma terug in de hoorn. “Oma, luister! Ik sta hier aan de bar…” “Wat is er met je bolderkar?” vraagt Oma. “NEE,” gil ik nu, “ik zit hier in een café en ik ben op weg naar u…” “Heb je geen paraplu?.. Ja, dat is lastig met die regen buiten. Maar wat kan ik daaraan doen? Hoef je míj toch niet te bellen,” zegt Oma weer. Ik haal diep adem en zo hard ik kan roep ik in de hoorn: “OMA HOE IS HET WEER BIJ U?” Meteen begint het café te morren. “Kan het wat zachter daar?” “Hé, niet zo schreeuwen, we zijn niet doof.” Geschrokken hou ik in en zeg een stuk zachter: “Oma luister, goed. Ik heb mijn boot volgeladen met allemaal beesten. Want die verdrinken hier. Mag ik even naar u komen varen, alstublieft? Mogen ze bij u logeren zo lang? Dan bel ik vandaar Floortje wel dat ik ze heb.” Oma snapt er niets van: “Een boot zeg je? Wie zit er op die boot?” “Ik en alle beesten,” toeter ik in de hoorn. Ik krijg er wat van. Mijn rug is al nat van de regen, anders zou die nat worden van het zweet. “Jij en alle beesten. Op een boot?” vraagt Oma, de rust zelve. “Inderdaad. Mogen we bij u langskomen?” “Dat is nog wel een eindje varen. Maar eh… Kom maar! Je bent hier altijd welkom, kind.” Oma moet lachen nu. Ze snapt er natuurlijk niets van. Laat ik het nog één keer uitleggen. “Het is echt waar hoor Oma. Ik heb Maximus bij me, en Fred en Monkie en Thijmen en Roderik…” “En ook je schaap?” vraagt Oma. “Thijmen ja, maar dat is eigenlijk een lammetje…” “Wil je een boterhammetje?” “Laat maar,” zeg ik. “Laat maar. Ik kom nu naar u toe varen…” Ik wil haar vragen waar ze nu precies woont, maar Oma is me voor: “Je maakt toch wel een grapje hè. Je bent toch niet écht met een boot aan het varen? Het is hartstikke slecht weer…” “Daarom juist!” roep ik. “De dijk staat op doorbreken! Maar wij zijn veilig. Ik kom er nú aan.” “Wacht Tien, wacht even,” klinkt Oma opeens bezorgd. “Ik heb geen tijd Oma, ik kom er aan.”

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht