Parkeren
Parkeren
Ik stond te klooien met mijn chipper, zij kwam ongeduldig naast me staan. Zij hijgde in me nek, ik liet haar voorgaan. Ze gooide wat munten in de parkeermeter, en ik zei: ‘Handig hoor, zo’n chipper, maar dan moet ‘ie het wel doen.’ “Uw kaart zit achterstevoren,” las de meter eerst, en toe ik ‘m tot drie keer toe zonder resultaat had omgedraaid, vond de meter: “Uw kaart is stuk.” ‘Nou, mooi niet, je bent zelf stuk, eigenwijs,’ zei ik tegen de meter, en terwijl ik mijn chipper schoonveegde aan mijn jas, schoot zij in de lach. Toen pas keek ik haar aan. Ze was net zo lang als ik. Had halflang roodbruin krullend haar, prachtige donkere ogen waar ik meteen in verdronk en een mond om te zoenen. Dat was nog maar haar gezicht; ik was meteen verliefd. Ik wist dat ze naar de tandarts zou gaan, zulke haast had ze, en omdat ik daar ook zo zou binnenstappen, klaarde ik helemaal op. ‘Ze zouden parkeerkaarten moeten hebben zoals met de strippenkaart. Dat je zelf het bedrag afstreept,’ zei ze tegen me terwijl ze munten in het apparaat bleef gooien. Ze was te mooi om te zeggen “die bestaan allang; ben je in het echt blond of zo?!” maar in plaats daarvan zei ik: ‘Parkeren moet gewoon gratis zijn.’ ‘Nog beter,’ vond ze ook en toen wenste ze me veel succes met mijn gehannes. Ik stond nog steeds mijn kaart schoon te maken. Ik had haar stomweg geld moeten vragen! Mijn portemonnee zat vol munten, daar niet van, maar dan had ik dat later kunnen terugsturen. Had ik meteen haar naam en adres gehad. Maar het was koud en ’s ochtend vroeg, ook al stond de zon op doorbreken. Ze kreeg een kaartje en snelde weg naar haar auto aan de overkant. Toen pas zag ik hoe ze er verder uitzag. Ze droeg een kort zwart jack, een blauwe strakke spijkerbroek en suède laarzen.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>