Priscilla


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Priscilla

Priscilla

maandag 17 september 2012

Ze lacht, ik zie een rijtje stralende tanden. Heel even voel ik me betrapt: wat doet zij nou hier bij mijn school? Dan race ik de straat over. ‘Hoi!’ roep ik. ‘Hoi,’ zegt zij. Ze heeft een wipneusje. Haar haar is nog even vet. Blonde pieken hangen futloos langs haar gezicht. Maar ze is onwijs knap! Ik weet niet wat ik moet zeggen. ‘Wat kom jíj nou doen?’ vraag ik dan, maar ik schrik er zelf van: dat klonk toch niet afwijzend? ‘Mijn geeltje innen,’ antwoordt ze, en ze houdt haar hand op. ‘Ja, die heb ik nu niet bij me,’ lach ik ietwat verlegen, ‘met zo veel geld ga ik nooit over straat.’ Het is nog waar ook. We staren weer in elkaars ogen. Te lang om gewoon iemand op te nemen. Schuchter draai ik me van haar weg en staar naar de ingang van de school, waaruit talloze fietsers het weekend in rijden. Ik zie geen gezichten, alleen maar de kleuren van hun jassen. ‘Hoehoehoe… Hoe wist je waarwaarwaar ik was,’ stotter ik dan, en mijn hoofd wordt zo rood als een tomaat. ‘Je zei toch dat je op het Valerius zat…’ zegt ze, zonder op dat stotteren en die rooie kop terug te komen. ‘Maar hoe wist je dan dat ik nu uit was?’ Gelukkig, dat gaat al beter. Nu ook niet meer blozen… ‘Gokkie. Ik was een uur geleden al vrij en ik verveelde me, had geen zin om naar huis te gaan, dus ben ik hier langs gefietst.’ Ze gaapt om haar woorden kracht bij te zetten. Ik kijk in haar open mond. Het is een mooie mond. ‘Sta je hier al lang?’ Ook een goeie vraag. ‘Mwoahh,’ antwoordt ze, en ze haalt haar schouders op. ‘Bedoel je daarmee lang of kort?’ ‘Waarmee?’ ‘Met dat “mwoahh”?’ Ik haal mijn schouders er ook bij op. ‘O, eh… Nou effe, niet bijzonder,’ antwoordt ze weer. We staan tegenover elkaar op de hoek van de straat en het gesprek stokt. Hoe kan dat nou? Zij loopt toch achter míj aan? Hoe kan ik haar dan vervelen? Waarom zoekt ze me überhaupt op? ‘Maar wat kom je nou doen?’ vertaal ik mijn gedachten naar een vraag. ‘Dat zeg ik toch: mijn geld innen. Of kun je me niet terug betalen?’ Ze valt in herhaling. Misschien komt ze wel voor iets anders. Maar wat? Misschien vindt ze me wel leuk. En is dit háár manier om dat te uiten… Of nee, misschien heeft ze dat geld écht nodig, weet jij veel. Misschien is ze wel het huis uit getrapt. Misschien… Ik moet wat zeggen. Ik móet wat zeggen. ‘Hoe heet je eigenlijk?’ ‘Ja, eh… gaan we persoonlijk worden?’

Dagboek overzicht

Priscilla

Priscilla

Ze lacht, ik zie een rijtje stralende tanden. Heel even voel ik me betrapt: wat doet zij nou hier bij mijn school? Dan race ik de straat over. ‘Hoi!’ roep ik. ‘Hoi,’ zegt zij. Ze heeft een wipneusje. Haar haar is nog even vet. Blonde pieken hangen futloos langs haar gezicht. Maar ze is onwijs knap! Ik weet niet wat ik moet zeggen. ‘Wat kom jíj nou doen?’ vraag ik dan, maar ik schrik er zelf van: dat klonk toch niet afwijzend? ‘Mijn geeltje innen,’ antwoordt ze, en ze houdt haar hand op. ‘Ja, die heb ik nu niet bij me,’ lach ik ietwat verlegen, ‘met zo veel geld ga ik nooit over straat.’ Het is nog waar ook. We staren weer in elkaars ogen. Te lang om gewoon iemand op te nemen. Schuchter draai ik me van haar weg en staar naar de ingang van de school, waaruit talloze fietsers het weekend in rijden. Ik zie geen gezichten, alleen maar de kleuren van hun jassen. ‘Hoehoehoe… Hoe wist je waarwaarwaar ik was,’ stotter ik dan, en mijn hoofd wordt zo rood als een tomaat. ‘Je zei toch dat je op het Valerius zat…’ zegt ze, zonder op dat stotteren en die rooie kop terug te komen. ‘Maar hoe wist je dan dat ik nu uit was?’ Gelukkig, dat gaat al beter. Nu ook niet meer blozen… ‘Gokkie. Ik was een uur geleden al vrij en ik verveelde me, had geen zin om naar huis te gaan, dus ben ik hier langs gefietst.’ Ze gaapt om haar woorden kracht bij te zetten. Ik kijk in haar open mond. Het is een mooie mond. ‘Sta je hier al lang?’ Ook een goeie vraag. ‘Mwoahh,’ antwoordt ze, en ze haalt haar schouders op. ‘Bedoel je daarmee lang of kort?’ ‘Waarmee?’ ‘Met dat “mwoahh”?’ Ik haal mijn schouders er ook bij op. ‘O, eh… Nou effe, niet bijzonder,’ antwoordt ze weer. We staan tegenover elkaar op de hoek van de straat en het gesprek stokt. Hoe kan dat nou? Zij loopt toch achter míj aan? Hoe kan ik haar dan vervelen? Waarom zoekt ze me überhaupt op? ‘Maar wat kom je nou doen?’ vertaal ik mijn gedachten naar een vraag. ‘Dat zeg ik toch: mijn geld innen. Of kun je me niet terug betalen?’ Ze valt in herhaling. Misschien komt ze wel voor iets anders. Maar wat? Misschien vindt ze me wel leuk. En is dit háár manier om dat te uiten… Of nee, misschien heeft ze dat geld écht nodig, weet jij veel. Misschien is ze wel het huis uit getrapt. Misschien… Ik moet wat zeggen. Ik móet wat zeggen. ‘Hoe heet je eigenlijk?’ ‘Ja, eh… gaan we persoonlijk worden?’

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht