Rotjes
Rotjes
Nee, ik kan me niet herinneren dat ik ooit midden in nacht, bij voorkeur van het oude naar het nieuwe jaar, vuurwerk heb afgestoken. Toen ik een tiener was, zeg maar een puber. Mijn moeder was er ook niet dol op. Ze zag de rook al hangen, en vond het bij voorbaat al zonde van mijn vingers, mocht ik ooit piano gaan spelen. Dat is nooit gebeurd, maar een vooruitziende blik had ze toch, want dit stukje tik ik met mijn vingers dus. Niet met alle tien, begrijp me goed, maar wel leuk dat ik ze nog alle tien heb.
Saai? Wacht maar, want nieuwjaarsdag daarentegen… Och, dat was in die jaren Ons Feest, van mijn broer en mij. Je moet er nu niet meer om komen, maar al vroeg in de ochtend gingen we samen op pad om rotjes te zoeken die op het moment suprême niet waren afgegaan. En dat waren er vele. Stoepen, straten; tussen de afgebrande rotzooi lagen ze er als fonkelende diamantjes tussen. Sommige hadden een kort lontje of helemaal geen lontje, andere waren nat, of hadden gewoon geweigerd te knallen. Die zonder lontje braken we door midden en stopten tussen de voegen in de huismuren. Vlammetje van de aansteker erbij, wegwezen! Die ontpopten zich als zogenaamde “spuiters”. Dat het niet donker was en je oren niet nasuisden, mocht de pret niet drukken. Rotjes die niet waren afgegaan probeerden we opnieuw, vaak wel met succes. Rotjes die vochtig waren, maakten we droog door ze die komende dagen in onze jaszak te dragen. Ach, jongen, zakken vol! Eind januari stonden we nog te knallen, mijn broer en ik. Mijn moeder moest eens weten. Hou me ten goede, al dat tweedehands knalspul was geen Belgisch vuurwerk, evenmin gevaarlijke donderpotten, maar spannend was het wel. Nu ik zelf knullen heb van die leeftijd controleer ik elke avond hun zakken.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>