Scheepvaartmuseum
Scheepvaartmuseum
Als je eens fijn over kinderen wilt struikelen, is een bezoek aan het Amsterdamse Scheepvaartmuseum zeker de moeite waard! Ik zweer je, je breekt je nek zowat over dat kleine grut. Mijn oudste wilde zelfs al gaan slaan, zoals je wespen uitschakelt. Ik kon hem met moeite ervan weerhouden. Maar ja, we vroegen er ook om. Het museum is na jaren van sluiting eindelijk weer open, en als je dan uitgerekend de krokusvakantie neemt om de nieuwbakken inrichting met een bezoekje te vereren; dat is vragen om moeilijkheden. Nieuwsgierig, hè, dan krijg je dat. Ik zei het al: na jaren van sluiting. Dus de verwachting was hoog gespannen. Gelukkig viel het allemaal niet tegen. Het gebouw oogt vooral erg leeg, met veel lege ruimten (wat erg hip is), en daar waar er wat te zien valt, staat alles gezellig op en boven elkaar. Er zijn veel touchscreens die het niet doen, maar als ze het zouden doen zou je heel veel leuke wetenswaardigheidjes te zien krijgen (Hoeveel tanden heeft een orka: 8, 20, of 80?). Er hangen twee zeehelden, Piet Hein en Michiel de Ruyter, maar goddank is er ook veel informatie over de slavenhandel om het geheel weer in evenwicht te krijgen. Want die Piet Hein deugde voor geen meter natuurlijk. Een en ander wordt joviaal aan elkaar gepraat door een sportief ogende Waldemar Torenstra, interactief welteverstaan, en zo komt alles nog goed (Hoewel, zijn vrouw zie ik liever). Het is vooral een leuk en gezellig museum geworden. Niet teveel informatie en veel stemmige lichtkleurtjes. Buiten kun je dan nog heerlijk je hoofd stoten in het VOC-schip en zo herleeft Maritiem Nederland en haar grootse daden. Plus een wijze les, van Vondel: “De weerelt is een speeltooneel, elck speelt zijn rol, en krijght zijn deel.” De jongste verveeld: ‘Kunnen we nu naar huis, pap? Ik heb het wel gehad.’ Maar die heeft altijd wat te zeuren.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>