Scheren
Scheren
Zondag. Ik moet me zo scheren. Hoewel ik er altijd als een berg tegenop zie, is het een fluitje van een cent. Ik heb namelijk amper baardgroei. Ja, wat onregelmatige stoppels, links en recht, maar dat is het. Altijd zo geweest. Na jaren en jaren heb ik eindelijk een sikkie en een snor, maar stoere bakkebaarden of zo’n mooi schaduwbaardje heb ik nooit kunnen kweken. En die snor was vroeger zo iel (‘Kijk maar uit dat die niet wegwaait!’), dat ik hem moest aanzetten met zwarte mascara. Jammer. Ik had het wel leuk gevonden. Ik blufte me eruit door te zeggen dat ik het verst van de apen afstam, maar had ik in Afghanistan gewoond, ten tijde van de Taliban, dan had ik echt een groot probleem gehad. Ik weet niet hoe het komt. Mijn broer had een baard. Mijn vader schor zich iedere dag. Nat. Kommetje lauw water op de wastafel. Met een kwast van hout en zuiver paardenhaar zeepte hij zijn gezicht in, en dan kwam het Gillettemesje er aan te pas. Een imposant gezicht. Een heel ritueel. Mijn opa gebruikte een heus elektrisch scheerapparaat, en hij schor zich tussen de bedrijven door. Wow. Volgens mijn vader was dat slechter voor je huid, maar mijn opa is er oud mee geworden. Ik heb het ding van hem georven, een museumstuk. Maar toen was die al kapot. Wat dat betreft zit ik tussen mijn voorouders in. Al die revolutionaire scheermesjes (“Mach3 Turbo” of “Quattro Titanium Precision”) en supersonische scheermachines heb ik links in de winkel laten liggen en gebruik het Nivea scheerapparaat van Philips. Daarmee scheer je elektrisch en nat. Met een zalfje erbij. Wat moet, anders krijg ik rode brandstrepen in mijn nek. Ook dat nog. Jullie hebben het al geraden natuurlijk: ééns per week hoef ik maar onder het mes. Op de zondag. Inmiddels weet ik wel waarom ik er zo tegen opzie, want één verkeerde beweging en er is een hap uit mijn snor. Wens me maar succes.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>