Sesamstraat


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Sesamstraat

Sesamstraat

zaterdag 14 juli 2012

Er was eens een ridder. En er was eens een robot. Wie ben jij, vroeg Rick de ridder. Ik-kan-beter-vragen: wie-ben-jij, vroeg Rob de robot, hij had een vreemd stemmetje: jij-ziet-er-zo-raar-uit. Dat moet jíj zeggen, antwoordde Rick de ridder: als ik hier om me heen kijk, ziet niemand er zo raar uit als jij. Rob de Robot had een vierkant hoofd, met daarop een rood zwaailicht dat aan en uit knipperde. Zijn lijf was ook vierkant. Hij had geen borstkas, maar twee deurtjes. Het leek wel een keukenkastje. Zijn benen en armen waren stijf. En zijn voeten leken wel grote klompen, alleen dan in het vierkant. Met wieltjes eronder. Maar de robot liet zich niet gek maken. Nee, sprak hij kortaf, iedereen-ziet-eruit-zoals-jij! Kom-zeg, wat-heb-je- daar-voor-idiote-knots-in-je-handen? Dat is geen idiote knots, zei de ridder, dat is mijn zwaard! Hij hield het trots omhoog. Wie-loopt-er-nu-midden-op-de-dag-met-een-zwaard-over-straat, vroeg de robot. Inderdaad! Wat gek, zei de ridder. Waar ik vandaan kom, heeft iedereen een zwaard. En een helm op zijn hoofd. En soms een harnas. En heel soms een paard. De robot draaide met zijn hoofd van nee. Hij had nog nooit van een paard gehoord. Hoe kan dat nou, vroeg Rick de ridder verbaasd. Iedereen kent toch een paard. Hebben jullie geen paarden? Nee, zei de robot, wij-hebben-geen-paarden. Wij-doen-alles-zelf. Wij-leven-in-een-tijd-hier-ver-vandaan. Dat is gek, sprak de ridder toen, ik leef in een tijd hier ook ver vandaan. Die kant op, wees hij. Terug in de tijd. De middeleeuwen. En-ik-kom-van-die-kant, wees de robot, vooruit-in-de-tijd. De-eindeeuwen. Maar wat kom jij hier dan doen, wilde de ridder weten. Wij-zijn-opgebouwd-uit-scharnieren-en-die-piepen, zei Rob de Robot. De-smeerolie-is-op. Hier-hebben-ze-nog-genoeg. Ik-moet-smeerolie-kopen. Een-heleboel. Rick de Ridder had nog nooit van smeerolie gehoord. Smeerolie? Ik ben hier voor water. Water, vroeg de robot? Water om te drinken, zei Rick. Daar had Rob de Robot nog nooit van gehoord. Hij dronk nooit. Bij ons is het water zo smerig, dat ik hierheen gekomen ben, legde Rick de Ridder uit. Voor lekker vers water. Ik heb zo’n dorst. Weet-je-wat, zei Rob de Robot, laten-we-dan-maar-snel-gaan-zoeken. Jij-naar-water, ik-naar-olie. En daar gingen ze. De een in zijn ridderpak, met een zwaard. De ander op zijn robotwieltjes, hij gleed vooruit. Wat denken jullie, zullen ze het vinden, hier bij ons? Smeerolie? En drinkwater?

Dagboek overzicht

Sesamstraat

Sesamstraat

Er was eens een ridder. En er was eens een robot. Wie ben jij, vroeg Rick de ridder. Ik-kan-beter-vragen: wie-ben-jij, vroeg Rob de robot, hij had een vreemd stemmetje: jij-ziet-er-zo-raar-uit. Dat moet jíj zeggen, antwoordde Rick de ridder: als ik hier om me heen kijk, ziet niemand er zo raar uit als jij. Rob de Robot had een vierkant hoofd, met daarop een rood zwaailicht dat aan en uit knipperde. Zijn lijf was ook vierkant. Hij had geen borstkas, maar twee deurtjes. Het leek wel een keukenkastje. Zijn benen en armen waren stijf. En zijn voeten leken wel grote klompen, alleen dan in het vierkant. Met wieltjes eronder. Maar de robot liet zich niet gek maken. Nee, sprak hij kortaf, iedereen-ziet-eruit-zoals-jij! Kom-zeg, wat-heb-je- daar-voor-idiote-knots-in-je-handen? Dat is geen idiote knots, zei de ridder, dat is mijn zwaard! Hij hield het trots omhoog. Wie-loopt-er-nu-midden-op-de-dag-met-een-zwaard-over-straat, vroeg de robot. Inderdaad! Wat gek, zei de ridder. Waar ik vandaan kom, heeft iedereen een zwaard. En een helm op zijn hoofd. En soms een harnas. En heel soms een paard. De robot draaide met zijn hoofd van nee. Hij had nog nooit van een paard gehoord. Hoe kan dat nou, vroeg Rick de ridder verbaasd. Iedereen kent toch een paard. Hebben jullie geen paarden? Nee, zei de robot, wij-hebben-geen-paarden. Wij-doen-alles-zelf. Wij-leven-in-een-tijd-hier-ver-vandaan. Dat is gek, sprak de ridder toen, ik leef in een tijd hier ook ver vandaan. Die kant op, wees hij. Terug in de tijd. De middeleeuwen. En-ik-kom-van-die-kant, wees de robot, vooruit-in-de-tijd. De-eindeeuwen. Maar wat kom jij hier dan doen, wilde de ridder weten. Wij-zijn-opgebouwd-uit-scharnieren-en-die-piepen, zei Rob de Robot. De-smeerolie-is-op. Hier-hebben-ze-nog-genoeg. Ik-moet-smeerolie-kopen. Een-heleboel. Rick de Ridder had nog nooit van smeerolie gehoord. Smeerolie? Ik ben hier voor water. Water, vroeg de robot? Water om te drinken, zei Rick. Daar had Rob de Robot nog nooit van gehoord. Hij dronk nooit. Bij ons is het water zo smerig, dat ik hierheen gekomen ben, legde Rick de Ridder uit. Voor lekker vers water. Ik heb zo’n dorst. Weet-je-wat, zei Rob de Robot, laten-we-dan-maar-snel-gaan-zoeken. Jij-naar-water, ik-naar-olie. En daar gingen ze. De een in zijn ridderpak, met een zwaard. De ander op zijn robotwieltjes, hij gleed vooruit. Wat denken jullie, zullen ze het vinden, hier bij ons? Smeerolie? En drinkwater?

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht