Sneeuwpop


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Sneeuwpop

Sneeuwpop

maandag 30 januari 2012

Het is niet veel, buiten op straat, ik geef het toe. Maar genoeg voor twee herinneringen. Eén. Klein was ik. Geboren en getogen in het Haagse had ik zelden tot nooit sneeuw gezien. Bij mijn weten dan. Niet dat ik mijn hele jeugd sneeuwpoppen maakte. Dus toen op een ochtend een pak gevallen was, ik was een jaar of zes, zeven, ging ik met vriendjes direct aan de slag. Mijn moeder pakte me dik in, wat ze overigens altijd deed, en trok me wollen wantjes aan met zo’n draad ertussen. Die wanten konden dan niet kwijtraken. Trok je ze uit, dan bleven ze naast je handen wapperen. Afijn, ik aan de slag, maar sneeuw is eigenlijk ijs, en ijs is bevroren water, en water is nat. Zonder dat ik er erg in had, drukdoende sneeuw tot ballen te rollen, werden mijn wollen wanten sponsnat. En dat heb ik geweten. Want toen ik geen gevoel meer in mijn handjes had (hè, hoe kon dat nou?) en mijn moeder ze bezorgd warm wreef, begonnen ze te tintelen. Sodeju. Ik voel de pijn nu nog. Twee. Ze waren allebei nog jong, mijn kinderen, en er lag nauwelijks sneeuw (net zo iets als nu). Toch wisten ze voor ons huis een sneeuwpop van een meter hoog te fabriceren. Drie bollen, een wortel, en een wc-borstel. Het zag er nog leuk uit ook. Toen we even later met de auto weg wilden rijden, zij zaten al op de achterbank, ik pakte nog iets binnen, volgde een explosie van gehuil. Ik rende naar buiten. De één wees op de sneeuwpop, stuk geschopt, de ander op drie knullen die onze straat uitrenden. Maar die jeugd van tegenwoordig kan a) niet rennen, en b) is bang uitgevallen. Voor de deur van hun huis had ik er twee in hun kraag te pakken. Geschrokken kropen ze ineen. Voor een nieuwe sneeuwpop moesten we echter drie winters wachten. Het is maar dat je het weet.

Dagboek overzicht

Sneeuwpop

Sneeuwpop

Het is niet veel, buiten op straat, ik geef het toe. Maar genoeg voor twee herinneringen. Eén. Klein was ik. Geboren en getogen in het Haagse had ik zelden tot nooit sneeuw gezien. Bij mijn weten dan. Niet dat ik mijn hele jeugd sneeuwpoppen maakte. Dus toen op een ochtend een pak gevallen was, ik was een jaar of zes, zeven, ging ik met vriendjes direct aan de slag. Mijn moeder pakte me dik in, wat ze overigens altijd deed, en trok me wollen wantjes aan met zo’n draad ertussen. Die wanten konden dan niet kwijtraken. Trok je ze uit, dan bleven ze naast je handen wapperen. Afijn, ik aan de slag, maar sneeuw is eigenlijk ijs, en ijs is bevroren water, en water is nat. Zonder dat ik er erg in had, drukdoende sneeuw tot ballen te rollen, werden mijn wollen wanten sponsnat. En dat heb ik geweten. Want toen ik geen gevoel meer in mijn handjes had (hè, hoe kon dat nou?) en mijn moeder ze bezorgd warm wreef, begonnen ze te tintelen. Sodeju. Ik voel de pijn nu nog. Twee. Ze waren allebei nog jong, mijn kinderen, en er lag nauwelijks sneeuw (net zo iets als nu). Toch wisten ze voor ons huis een sneeuwpop van een meter hoog te fabriceren. Drie bollen, een wortel, en een wc-borstel. Het zag er nog leuk uit ook. Toen we even later met de auto weg wilden rijden, zij zaten al op de achterbank, ik pakte nog iets binnen, volgde een explosie van gehuil. Ik rende naar buiten. De één wees op de sneeuwpop, stuk geschopt, de ander op drie knullen die onze straat uitrenden. Maar die jeugd van tegenwoordig kan a) niet rennen, en b) is bang uitgevallen. Voor de deur van hun huis had ik er twee in hun kraag te pakken. Geschrokken kropen ze ineen. Voor een nieuwe sneeuwpop moesten we echter drie winters wachten. Het is maar dat je het weet.

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht