Step
Step
Ik kan me niet voorstellen dat ik het ooit gedaan heb, het is namelijk best een eind, maar toen ik een jaar of tien was stepte ik van mijn huis naar het station. Tegenwoordig heet dat station “Den Haag Centraal”, maar toen heette het nog “Staats Spoor”. Elke zondag, na het ontbijt. Mijn linkervoet op de treeplank, mijn rechtervoet afzettend op de stoep. Het was een heuse step, een rode, al was hij niet van mij. Maar van mijn broer. Die had hem ooit gekregen, tot zijn leeftijd en zijn ego het steppen niet meer toestonden. Het ding stond beneden in de fietsenkast in de hal. Tot ik de leeftijd kreeg om hem te berijden, als ik er, volgens mijn broer, ‘zuinig’, en volgens mijn moeder ‘voorzichtig’ mee was. Ik was de koning te rijk, niet zozeer vanwege het middel als het doel. Voortaan kon ik zelfstandig treinen gaan kijken, zonder dat mijn ouders mee moesten. Wat een ontdekkingsreis! Hoe lang ik er over deed, staat me niet meer bij, wel dat ik stoep op, stoep af moest. Op het station gingen ze me na verloop van tijd kennen, vermoed ik, die jongen met die step. Het Staats Spoor was, anders dan het veel drukkere Hollandsche Spoor, een kopstation van maar één lijn, die uit Utrecht. De sneltrein reed steevast binnen langs perron drie om via een zijspoortje op het emplacement gerangeerd te worden naar perron 1. Op perron 2 kwam aan en vertrok de stoptrein naar Utrecht. Ik kwam natuurlijk voor de sneltrein, een heuse Hondekop. Machtig en groen waren die! Ze reden dag en nacht tot ver over de horizon, en ze roken naar reizen, en ze rammelden door de doorkliefde wind. Ik probeerde vaak door de openstaande deur van de cabine naar binnen te gluren, maar het heilige der heilige werd veelal aan mijn kinderzicht onttrokken door de machinist die breeduit in de deuropening stond te wachten op de vertrekfluit van de conducteur. Wat zou ik daar, later als ik groter was, graag willen vertoeven. Eén keer vroeg een rangeerder of ik mee wilde. Voor in de cabine. Van perron 3 via het emplacement naar perron 1. Maar met een rood hoofd, geschrokken van de plotsklapse uitnodiging, zei ik dat ik mijn step niet achter kon laten, hij had geen slot, maar in wezen galmde de stem van mijn moeder door mijn oren: ‘Ga nooit met vreemde mannen mee!!’ Nog zie ik de rode achterlichtjes verdwijnen over de wissels, en nog heb ik spijt niet op de uitnodiging te zijn ingegaan.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>