Stones
Stones
Van de week sprak ik iemand en die zei: ‘De zevende dag was helemaal geen rustdag; op de zevende dag schiep God de Rolling Stones, en Hij zag dat het goed was!’ Zo. Dat stond. Zo keek hij er ook bij. Instemmend en zelfverzekerd. Geen haar op mijn grijze hoofd die eraan dacht te vragen wie de “Rolling Stones” eigenlijk waren. Hallo zeg, alsof ik dat niet zou weten! Maar toch, de jongste gevraagd vraagt hij op zijn beurt aan mij: ‘Een band, toch?’ En de oudste: ‘Ja, een band, van vroeger, ik heb er wel eens over gehoord tijdens een Duits proefwerk.’ De “Beatles” zegt ze ook nog wel wat, via een liedje uit een film bijvoorbeeld, maar “The Doors”, “Jimi Hendrix”, ze halen hun schouders op. Om over de “gebroeders Wilson” maar te zwijgen. Abacadabra. Verleden tijd alweer. Jim Morrison, Brian Ferry, de helden uit mijn jeugd die toen een onvoorstelbare impact op mijn leven hadden; ik moet het ze allemaal uitleggen. Nooit van gehoord. Ze kijken me aan met een gezicht van het-zal-wel. Ook de muziek die ik ze vervolgens laat horen, spreekt niet tot hun verbeelding. Het zegt ze niets, ze worden er niet warm of koud van. Mijn vader zei het al over de popmuziek van de jaren zestig en zeventig; die zou nooit zo lang stand houden als “Beethoven” of “Mozart.” Of “Verdi”. Ook niet waar. ‘Ferrie? Helemaal nooit van gehoord,’ roept de jongste. Ik pompom nog wat, herken je dat dan niet, maar hij zakt al terug naar zijn “Metal Gear Solid” (3DS). Misschien had Jan Wolkers, groot Nederlands schrijver, wel gelijk toen hij zei dat ‘uiteindelijk ook de Nachtwacht van Rembrandt tot stof zal vergaan.’ Bijna niet voor te stellen, zoals het schilderij daar geconserveerd hangt in het Rijksmuseum, maar toch. Het is ook wel een geruststellende gedachte.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>