Terug
Terug
Heb jij wel eens meegemaakt dat je opeens schrikt, omdat je je
realiseert dat iets niet klopt? En dan heb ik het niet over liegen; dat je je gesnapt voelt en moet blozen. Ik heb het over een beeld. Een beeld dat niet klopt, en toch is het daar. Je ziet het. Met eigen ogen. Ik had het gister. Gister was ik bij de Frans Kellendonklezing door Bart Moeyaert in Nijmegen. Frans Kellendonk was in de jaren tachtig een bekende schrijver, en Bart Moeyaert is dat nu. Zijn lezing was briljant, daarover later wellicht meer, dus ik was een en al oor. Maar halverwege zijn lezing zag ik ineens iets dat niet kon kloppen. En naarmate dat langzaam tot me doordrong, werd het beeld nog onwaarschijnlijker. Ik zag tussen het publiek een vriend van me. Een schoolvriend. Ik herkende hem aan zijn bruin getinte gezicht, zijn schaduwbaardje, zijn zwarte halflange haar, en zijn ronde brilletje. Ik zat schuin achter hem, dus ik zag zijn gezicht van de zijkant. Maar het was hem, geen twijfel over mogelijk. Alleen, en nu komt het: hij zag er uit zoals dertig jaar geleden. Exact hetzelfde. En dat kan natuurlijk niet. Hij glimlachte om de schrijver die nog altijd sprak, en hij glimlachte precies hetzelfde als op school, in de aula, we eten uit onze broodtrommel. Ik hoor hem praten, ik herken zijn bewegingen, ineens weet ik het allemaal weer, en ook zijn tweelingbroer schiet me te binnen. Met wie ik altijd ruzie had. Schuin voor me zat hij: onveranderd, nog geen twintig. Geen grijze haar, geen rimpel. Hij kòn het gewoon niet zijn, maar hij was het. Geloof me, het was voor het eerst dat ik het leven oneerlijk vond: waarom was hij niet ouder geworden? Toen de lezing was afgelopen, Bart Moeyaert zijn zeer verdiende applaus in ontvangst nam, draaide de jongen zich om en keek recht in mijn gezicht. Elke gelijkenis aan mijn schoolvriend was in één klap verdwenen.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>