Tommie
Tommie
Die Grote Jongen duwt me altijd op zijn kussen, die Andere Jongen neemt me steevast in de houtgreep. Liever zie ik het Vrouwtje, die me te eten geeft. Te weinig weliswaar, veel te weinig, maar toch. Of dat Mannetje, die hart voor me koopt. Kijk, dat is lekker. Niet al die smeertroep er om heen, maar gewoon, die brokken. Lust ik wel pap van. En uit de tube. Maar voor de rest wil ik met rust gelaten worden. Ze zeggen alle vier dat ik sacherijnig ben, nou, dat moet dan maar. Flikker op, zeg. Ik ben geen hond! Het is al erg genoeg dat je de hele dag thuis moet zitten wachten tot je eten krijgt. Dan vinden ze nog dat ik boos kijk. Hoe zou dat nou komen? En nee, ik ga niet achter nepmuizen aanrennen. Ja, echte! Die heb ik zo, geen kunst aan. Zelfs als ze me in de tuin aan de riem leggen. Ook zo’n flauwekul. Die riem. Ze zijn zeker bang dat ik wegloop. Ja, om de tuin te verdedigen, anders niet. Ik kijk wel uit, zeg. Die vier zijn de heel de dag van huis, naar hun werk en naar school, dus ik kan liggen en slapen waar ik wil. Op de stoel onder de tafel, op de bank, in mijn eigen hangmat, in bad, op de kast, op de rugleuning, maakt niet uit. Alleen dat eten dan. Als ze thuiskomen, ga ik naast mijn voerbak liggen, zoals een schip aan de kade, maar ik krijg niks. Mijn romp wordt niet gevuld. Moet ik nog oppassen, anders word ik weer opgetild. Moet ik bij ze zitten, vooral bij die Grote Jongen. Als hij me te lang vasthoudt, ga ik gillen. Anders zet ik het op een glippen. Tussen zijn armen door. Ik kan goed worstelen en ver springen. Alleen moet ik mezelf dan helemaal schoon likken. Ook zo’n gedoe. Goed, ’s avonds op zijn kussen liggen vind ik wel oké; als ik maar kan liggen. Liefs op mijn rug, maar dan word ik uitgelachen. Gek word ik van die vier. En ik heet Tom, dat je dat weet; ook dat leren ze nooit. Tom, geen Tommie…
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>