Top


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Top

Top

zaterdag 3 maart 2012

Eindelijk was hij boven. Ademloos en angstig. Maar tijd om zichzelf te hervinden kreeg hij niet, want het uitzicht was verpletterend. Zijn ogen bleven kijken. Naar bergwanden en gletsjers, naar sneeuw en rotsen. De zon zocht gretig de horizon op, geel werd oranje. Onder hem ging een vliegtuig voorbij, een snelle streep door het dal. De lucht was helder van smaak. Geluid ontbrak of het moet de monotone stem van de gids zijn geweest. Zijn stijgbeugels stonden vastgeklonken. Bomen waren er niet, zo ver hij keek, beesten evenmin. De wereld was diep, maar ook wijds. En wit. De hemel was overal. Donkerblauw kleurde het boven hem. De gids maande tot verdergaan. Weldra zou het donker zijn en in duisternis is alles gelijk. Bestaat er geen boven of beneden, ver of dichtbij. Hij daalde. Behoedzaam maar gestaag. Er waren touwen en hij gebruikten handen en voeten. Er waren smalle paden en de gids stuurde aan op een licht dat spoedig dichterbij kwam. Een hut. Daar wachtten een maaltijd, water, en hoofdpijn. Een bed voor de nacht. Een slaaploze nacht. Na het ontbijt kwam de afdaling, die eeuwig zou duren. Zijn longen weigerden lucht in te nemen. Waarop zijn hart vaart maakte met kloppen. En het dal leek niet dichterbij komen, geen centimeter, geen millimeter. Een oude mand werd hij. Stuk. Praten was er niet bij. Leven lukte niet meer. Daar was de gletsjer weer, de oversteek, de geulen, de wachtende auto op het parkeerterrein. In zijn hotelkamer zakte hij ademloos in bad. De deur naar de gang liet hij openstaan. Dan konden ze hem zo vinden. Vier uur later nam zijn lichaam de rust, raakten lijf en geest in balans. Daar in dat bad realiseerde hij zich dat bergbeklimmen als het leven zelf is. Zijn vader zei: ‘Wie de top wil bereiken, heeft iemand nodig die de ladder vasthoudt.’

Dagboek overzicht

Top

Top

Eindelijk was hij boven. Ademloos en angstig. Maar tijd om zichzelf te hervinden kreeg hij niet, want het uitzicht was verpletterend. Zijn ogen bleven kijken. Naar bergwanden en gletsjers, naar sneeuw en rotsen. De zon zocht gretig de horizon op, geel werd oranje. Onder hem ging een vliegtuig voorbij, een snelle streep door het dal. De lucht was helder van smaak. Geluid ontbrak of het moet de monotone stem van de gids zijn geweest. Zijn stijgbeugels stonden vastgeklonken. Bomen waren er niet, zo ver hij keek, beesten evenmin. De wereld was diep, maar ook wijds. En wit. De hemel was overal. Donkerblauw kleurde het boven hem. De gids maande tot verdergaan. Weldra zou het donker zijn en in duisternis is alles gelijk. Bestaat er geen boven of beneden, ver of dichtbij. Hij daalde. Behoedzaam maar gestaag. Er waren touwen en hij gebruikten handen en voeten. Er waren smalle paden en de gids stuurde aan op een licht dat spoedig dichterbij kwam. Een hut. Daar wachtten een maaltijd, water, en hoofdpijn. Een bed voor de nacht. Een slaaploze nacht. Na het ontbijt kwam de afdaling, die eeuwig zou duren. Zijn longen weigerden lucht in te nemen. Waarop zijn hart vaart maakte met kloppen. En het dal leek niet dichterbij komen, geen centimeter, geen millimeter. Een oude mand werd hij. Stuk. Praten was er niet bij. Leven lukte niet meer. Daar was de gletsjer weer, de oversteek, de geulen, de wachtende auto op het parkeerterrein. In zijn hotelkamer zakte hij ademloos in bad. De deur naar de gang liet hij openstaan. Dan konden ze hem zo vinden. Vier uur later nam zijn lichaam de rust, raakten lijf en geest in balans. Daar in dat bad realiseerde hij zich dat bergbeklimmen als het leven zelf is. Zijn vader zei: ‘Wie de top wil bereiken, heeft iemand nodig die de ladder vasthoudt.’

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht