Vonkelwijn
Vonkelwijn
‘Mag ik misschien even mijn moeder bellen? Dat het wat later gaat worden vanavond,’ vroeg ik haar, in een poging om weer bij zinnen te komen. ‘Natuurlijk. De telefoon staat in de hal.’ Omdat mijn mond weer droog aanvoelde, nam ik nog een flinke slok van de vonkelwijn. Hij bruiste na in mijn keel. Daarna stond ik op, maar zeker was ik er niet van. Stond ik nou? Het leek wel of ik tolde? Struikelend liep ik de kamer in, maar dat kwam door de zoom van mijn spijkerbroek. Bij elke stap die ik zette, trapte ik erin. Ik probeerde naar mijn voeten te kijken, maar de vloer begon te draaien. Uiterst vermoeiend allemaal. Mijn moeder; daar was het me om te doen. Zodra ze me aan de lijn kreeg, ging ze compleet over de rooie. ‘Waar ben je? Hoe gaat het met je? Waar is die Jimmy gebleven? Waar is je vaders pistool? Laaiend is hij!’ Een tsunami van vragen, ik kwam er niet tussen. Het duizelde me. ‘Ma,’ begon ik, maar ze bleef doorgaan. Doodnerveus: ‘Ben je nou ontvoerd of niet? En is Jimmy nog steeds gewapend? Moet vader je komen ophalen? En waarom ben je niet naar school gegaan? Kind, wat is er met je aan de hand?’ ‘Rustig nou, ma,’ antwoordde ik. Verhip, het leek net of de muren nu ook begonnen te draaien. ‘We zijn al op weg naar muis, huis. Neehee, ik ben niet ontvoerd. Jim is hier, daar bij me. Hij is alleen eh… bang voor jullie…’ ‘Bang? Heeft hij dat pistool nog?’ vroeg mijn moeder angstig. ‘Nee, nee, dat heb ik al weer. Hier. Er is niets mee gebeurd,’ zei ik, maar het leek of ik mijn mond vol eten had. Ook of de plasmatelevisie zweefde nu. Bukken! Toen moest ik boeren. ‘Sorry… Helemaal niets. Ik ben ook niet ontvoerd. Wat een blauweful, flauwekul. Luister mam, het is laat. We waren op zoek naar Jimmy… naar Jimmy’s ouders. Enne… Maar het is laat nu, zie ik. Dus eh… logeren we in een holletje… hotelletje hier onderweg. Morgen zijn we thuis. Hoed, goed?!’ De zinnen rolden aan alle kanten mijn mond uit. ‘Wat zeg je allemaal? Ik versta er niets van,’ riep mijn moeder door de telefoon. ‘Waar zitten jullie? En wanneer kom je thuis?’ ‘Mam, maak je geen zorgen. Ik moet hangen. Anders is mijn geld op,’ loog ik. ‘Dahag…’ ‘Laat papa je komen ophalen,’ hoorde ik mijn moeder nog roepen. Maar ik hing snel op. De kamer leek wel een tornado. Levensgevaarlijk! Alle meubels draaiden driftig in het rond.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>