Weer
Weer
Het weer verandert? Ammehoela! Nou ja, het weer verandert altijd. Dat is maar goed ook. Het is de natuur, hè. Maar die verandering is minimaal. De ene keer naar zus, de andere keer naar zo. Al ruim vierenhalf miljard jaar. Wat dat betreft vind ik het fascinerend om te zien dat de wolkenpartijen op schilderijen van bijvoorbeeld Vermeer, of Breitner en Mesdag, nog altijd dezelfde zijn als vandaag de dag. Groots en dreigend, wit en grijs. Wisselvallig, ja. Wat dat betreft vind ik het fascinerend om mee te maken dat de wetenschap ook maar een geloof is: we spreken met z’n allen iets af, en zoeken daar de feiten bij. Zomers in Nederland zijn zwaar van de regen, en regen geeft kou. Een en een is twee. Niks klimaatverandering. Sinds mijn jeugd weet ik niet anders. Mijn ouders gingen nooit ver weg op vakantie, want mijn pa hield niet van een vreemd bed. Wij waren dagjesmensen, en heel Nederland heb ik wel gezien. Van Roodeschool tot Sluis, van Breezand tot Eijsden. Met de Tienertoerkaart, acht vakantiedagen voor weinig geld met de trein. Toen vond ik het vreselijk (mijn vriendjes gingen naar Spanje!), achteraf prijs ik mijn ouders dat ik mijn land ken als geen andere vriend. ‘Dwingeloo, waar ligt dat dan?’ Maar waar het me om gaat, was het weer. Mijn vriendjes kwamen zongebruind terug op school, ik bleef een aangebrand bleekneusje. Als de reis die ochtend naar het Planetarium van Eise Eisinga ging, ik noem maar wat, en het regende, werd de reis tot nader tijdstip die dag uitgesteld. Mijn vader gaf de moed al snel op, dat gingen we nooit meer halen met de trein op en neer op één dag, mijn moeder wist in die Vermeerse wolkenpartijen steeds weer een spat blauw te ontdekken. ‘Kijk, het weer klaar al op!’ Dan moest pa nog overtuigd worden, we gaan!, en dan renden we naar lijn 3 voor de eerste verregende rit naar het Staatsspoor. Onderweg in de trein viel er niet uit het raam te kijken, hondenweer. Mijn vader en ik balen, mijn moeder met haar eeuwige commentaar: ‘Luister eens, thuis sterven de meeste mensen!’ Ondanks de wolkenbreuken was het planetarium geweldig, ik weet het nu nog. En in de namiddag werd het altijd droog, brak de zon zelfs door. ‘Dat doet de maan,’ zei mijn vader dan steevast. Jaar in, jaar uit.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>