Wereldreis
Wereldreis
Heerlijk, dat soort verhalen. Over kids die uit de hand van hun ouders glippen en een vliegtuig nemen naar weet ik veel waar naartoe. Van de week nog. Een gastje van elf uit Manchester. Liep met zijn moeder te winkelen, tot hij het op zijn heupen kreeg. Ging naar het vliegveld, probleemloos door de douane, langs de ticketcontrole en hup, het vliegtuig in. Plek uitzoeken en zitten maar. Naar Rome ging de reis. Pas in de lucht kregen medepassagiers argwaan. Reisde dat jochie soms alleen? De stewardess vond uit van wel, maar was daar dus rijkelijk laat mee. De piloot waarschuwde het vliegveld van Manchester, dat ze een verstekeling aan boord hadden, en die waarschuwde de politie die op zoek ging naar de verontruste moeder. Niet helemaal eind goed al goed, want het joch heeft Rome nooit gezien: linea recta naar huis! En personeel werd op non-actief gesteld, omdat ondanks de strenge veiligheidsmaatregelen, de Olympische Spelen zijn in Engeland, iemand dus ongezien een vliegtuig in kon. Het zal wel. Wat mij, als schrijver, interesseert is wat dat knulletje heeft bezield om de benen te nemen. Waarom doe je dat? Waar wil je heen? Word je gedreven door avontuur, of is er heibel thuis? En pak je het eerste de beste vliegtuig of wil je per se naar Rome? Spannend! Anders wordt het wanneer kinderen vanuit de derde wereld clandestien hierheen komen om een nieuw bestaan op te bouwen. Zij reizen dan soms in de wielkassen van het vliegtuig mee, met mogelijk de vriesdood als gevolg. Dat is dan weer dramatisch. Een ander soort avontuur. Hoewel mijn boeken wel over ondernemende jongens gaat, wil mij niet te binnen schieten of ik als tiener of puber het ouderlijk huis ooit ben ontvlucht. Mijn oudste daarentegen wel. Na een ruzie, acht of negen was hij, stapte hij via de tuindeur naar buiten om nooit meer terug te komen. Dan ga je toch lekker weg, riepen wij ouders nog. Het was al donker, dat zou zo’n vaart niet lopen. Maar meneer bleek uit de tuin te zijn verdwenen. Dan raak je toch lichtelijk in paniek en volg je het spoor. Niet het vliegveld of Rome, maar naar de voordeur, zo bleek. Hij had zich even verstopt gehouden, deed hij vaker, om zich uiteindelijk weer te melden. Grapje. Ik kan me niet herinneren dat ik er erg om gelachen heb.
Door: , 56 jaar geleden
endif; endforeach; ?>