Zwijn


Geef je mening of reactie op deze blog-items.


Zwijn

Zwijn

woensdag 1 februari 2012

Iedereen zit aan me. De hele dag word ik betast. Of ze zitten boven op me. Met hun dikke reet. Gek word ik ervan. En ik kan niet weg, want ik ben in brons gegoten. Ik heb een dreigende houding aangenomen, snuit vooruit, kop omlaag, klaar voor de aanval, klaar om de vijand de lucht in te scheppen, maar ik kom niet los. Mijn poten staan vast op een sokkel. Dankzij de kunstenaar, wat een sukkel. Mijn complete rug glimt tot mijn staartje aan toe. Mensen denken dat ze geluk krijgen als ze mij aaien. Of mijn oortjes aanraken. Die glimmen ook al tegen de klippen op. Wat een flauwekul. Geluk door aanraking. Nou, mooi niet. Nou, misschien de kinderen. Die kijken onbezorgd blij als ze door hun pa of ma op mijn rug worden gehesen. Houden ze me angstvallig vast alsof ik er elk moment vandoor kan gaan. Maar dat zeg ik toch: ik kan niet weg. Gek word ik ervan. Ik kan niet eens grommen of piepen. Ook mijn bek is van brons. Zit potdicht. Hoe dan ook, dan zitten ze op mijn rug te glunderen van geluk. Tenminste, dat denk ik. Wat ik kan mijn kop niet keren. Ik sta voor de ingang van de Hema, naast de schoenmaker, midden in het winkelcentrum. Ik sta ongelooflijk in de weg. Mensen lopen zowat tegen me op. Ik ben al niet groot, ik kom net tot hun kruis, ook zo fijn. Heel de dag zie ik handen langs fladderen. Of kinderschoenen. Gek word ik ervan. Heb je mijn slagtanden gezien? Wat zou ik die graag een keertje willen gebruiken. Maar ja, van brons. Ze vinden me een kunstwerk. Het valt niet mee om zo zwijn te zijn.

Dagboek overzicht

Zwijn

Zwijn

Iedereen zit aan me. De hele dag word ik betast. Of ze zitten boven op me. Met hun dikke reet. Gek word ik ervan. En ik kan niet weg, want ik ben in brons gegoten. Ik heb een dreigende houding aangenomen, snuit vooruit, kop omlaag, klaar voor de aanval, klaar om de vijand de lucht in te scheppen, maar ik kom niet los. Mijn poten staan vast op een sokkel. Dankzij de kunstenaar, wat een sukkel. Mijn complete rug glimt tot mijn staartje aan toe. Mensen denken dat ze geluk krijgen als ze mij aaien. Of mijn oortjes aanraken. Die glimmen ook al tegen de klippen op. Wat een flauwekul. Geluk door aanraking. Nou, mooi niet. Nou, misschien de kinderen. Die kijken onbezorgd blij als ze door hun pa of ma op mijn rug worden gehesen. Houden ze me angstvallig vast alsof ik er elk moment vandoor kan gaan. Maar dat zeg ik toch: ik kan niet weg. Gek word ik ervan. Ik kan niet eens grommen of piepen. Ook mijn bek is van brons. Zit potdicht. Hoe dan ook, dan zitten ze op mijn rug te glunderen van geluk. Tenminste, dat denk ik. Wat ik kan mijn kop niet keren. Ik sta voor de ingang van de Hema, naast de schoenmaker, midden in het winkelcentrum. Ik sta ongelooflijk in de weg. Mensen lopen zowat tegen me op. Ik ben al niet groot, ik kom net tot hun kruis, ook zo fijn. Heel de dag zie ik handen langs fladderen. Of kinderschoenen. Gek word ik ervan. Heb je mijn slagtanden gezien? Wat zou ik die graag een keertje willen gebruiken. Maar ja, van brons. Ze vinden me een kunstwerk. Het valt niet mee om zo zwijn te zijn.

Reacties ()

comment_approved == 1): ?>

Door: , 56 jaar geleden


Reageren

Wil je reageren? Kom maar op!

Ingelogd als . Log uit »




(niet zichtbaar voor publiek)



Reageren is niet (meer) mogelijk.

Dagboek overzicht